Posts tonen met het label reisverslag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reisverslag. Alle posts tonen

woensdag 25 december 2013

Our passage through India; The Diwali dilemma

Het is vandaag de laatste dag van Diwali, Indisch nieuwjaar. En dan valt zelfs hier, het leven stil. Voor even toch... en enkel in de voormiddag volgens de chauffeur. En dat is zelfs zo in de slums zo blijkt. Het is er tegen alle verwachtingen in eerder gezellig dan vuil. Mensen slenteren vrolijk en opgekleed door de smalle straten of zwaaien vanuit hun glimmende huisjes en wensen ons "Happy Diwali". Wanneer we uitgenodigd worden om "Black Berry" juice te drinken slaat het moreel dilemma ons rond het hart. Een ton gastvrijheid verpakt in een glas water uit de slums. Liever "misschien ziek" dan "zeker ondankbaar" delen we een fris, licht zoet drankje met de vrouw terwijl ze trots vertelt over haar zonen die op de Engelse school zitten.

Diwali zou worden afgesloten aan "The gateway of India". Dus wij, opgefrist en monter klaar om af te tellen naar het nieuwe jaar de taxi in. Het bleek een gezellige bijeenkomst waar we na een bezoek aan het Taj Mahal hotel een vrouw ontmoeten die ons bloemen aan de pols bindt. Een traditie op deze dag zo zou het. Erna komt, zoals enigszins verwacht dan toch de vraag om iets kleins. Maar daar zijn we sinds kort, met aalmoezen in de aanslag handig in geworden of dat dachten we. Met de glimlach weigert ze het geld en vraagt ze of we melk met haar willen gaan kopen voor de wolk van een baby die op haar schouder slaapt. De licht naïeve wereldredder in ons wordt wakker en zegt toe. Onderweg wordt de vermoedelijke scam geanalyseerd... eens daar bevestigd. In snel tempo wordt er ter waarde van zo'n vlotte 26 aalmoezen rijst en melkpoeder gekocht, verpakt in haar eigen milieuvriendelijke herbruikbare winkeltas, toevallig aldaar aanwezig. Maar liever in zo'n zak gezet dan wreed of gierig voorzien we het kleine Indiertje van spijs en drank voor de komende X dagen.

Doorspoelen met het dagelijks glazen boke in Le Pain Quotidient dan maar. Het wordt een van die betere gesprekken, hard, open en ontnuchterend. Over de (bedel) maffia en hun wurgende greep op de zovele zwakken in India. Maar gelukkig ook afgewisseld met van die quotes als, "al meer geld opgedaan aan melk als aan sigaretten dees vakantie". In het naar buiten gaan vraagt een bedelend kindje om eten... ze weet een winkel op de hoek.

donderdag 14 november 2013

Our passage through India; Contrast landing

Een transfer in Doha (Qatar) mag een kwelling zijn voor de Bourgondische medemens, na 2 uur verveeld gapen naar olie Prinsen onderscheidt reizen Massart zich van reizen Waes door een upgrade naar business. Of ze daarmee de juiste vooraan in de bus gezet hebben weet ik niet maar het zal ons worst wezen of liever champagne, Pomerol en gegrild lam :)

Het zou in schril contrast staan met wat we zouden beleven bij het opsnuiven van de sfeer tijdens onze taxirit. Laat contrast en snuiven daar de sleutelwoorden zijn. Van de walging van vervuilde rivieren of riolen tot de fascinatie van de kruiden markten. Enkele 100de near collisions later arriveren we aan de eerste stop YMCA.

De "kak-straat", don't ask :)

dinsdag 8 oktober 2013

Our passage to India


Verre, exotische en/of avontuurlijke reizen gaan vaak gepaard met vreemde valuta, reispassen en... visa. Attributen die me altijd een beetje een trots wereldburgergevoel geven, maar je moet ze dus wel in orde maken. Tijdens de middag dacht ik: snel effe surfen, papieren printen, fotootje plakken en klaar. Maar zo mogelijk nog sneller wordt mijn afgejaagd, met efficiëntie verwend westers persoontje herinnerd aan de nu niet direct meest admirabele Aziatische eigenschap: Overheidsbureaucratie.
Gelukkig linken hersenen herinneringen waardoor mijn fantasieloos vrijdagvoedsel al snel wordt overwalmd door de geur van verse oosterse kruiden en basmati. Intussen beeld ik me een strenge, in groen militair uniform gehulde Indiër in wiens 101 vragen ik beantwoord in de hoop hem te overtuigen dat noch ik noch mijn voorvaderen, huisdieren en of hun voorvaderen een druppel Pakistaans bloed en/of sympathie zouden hebben. Toegegeven niet iedereen heeft wijn drinkende kunstliefhebbers als buren en bij deze is mijn interesse in het Indisch Pakistaans conflict dus wel geboren. We reizen nu al om te leren. :) Bij afsluiten krijg ik mijn document, rijkelijk versierd met majestueuze stempels en symbolen die zijn authenticiteit en autoriteit kracht bij zetten.
Dank aan Bart, Fanny en Jally voor de 'hints' want zo'n vragenlijst invullen voelt ook altijd weer een beetje als een toets in het middelbaar :)

woensdag 23 mei 2012

Japanalicious viert 1000+


Dames en Heren,
Compleet onverwacht en toch wel enigsinds geflateerd zijn wij blij en voornamelijk zeer trots te mogen aankondigen dat "Japanalicious" vanaf vandaag meer dan 1000 pageloads haalde. Omdat we niet gierig maar ook niet gesponserd zijn trachten we u een eerder bescheiden maar mogelijks toch sympathieke prijsvraag uit te rijken; "Wat zit er in onderstaand doosje ?"

Google me this baby


Antwoorden kan via Facebook, Google+ en/of Blogspot. Ook gele briefkaarten en postduiven worden aanvaard maar deelname via deze weg kan niet worden gegarandeerd. Prijs is de roem en iets en't wat japans, we vinden u wel wat.

Mvg,
Japanalicious

woensdag 16 mei 2012

Japanalicious: There was a ryokan in Takayama, the land of the rising sun...

Takayama

Het is stralend weer als we aankomen in Takayama. En daar zijn we blij mee, het weer wisselt hier van Engels druilerig naar Spaans terrasjesweer overnacht. Van wat hier te zien is, heb ik absoluut geen idee ons Fanny ongetwijfeld wel. De hoofdattractie is immers de overnachting niet de bestemming, een klassieke Japanse herberg of Ryokan. Als dat niet boedhistisch klinkt.

Het gaat stillaan beter om de weg te vinden, we leren eerder focussen op herkenningspunten dan op geschreven aanwijzingen. Je weet niet hoe afhankelijk je daar van bent tot ze je plots analfabeet maken.

Bij het aankomen in de Ryokan worden we uitvoerig begroet door een allerschattigst oud dametje. Ze dankt en buigt meermaals diep. We haasten onze schoenen uit om hetzelfde te kunnen doen. Zulk een begroetingsceremonie zou een paar dagen geleden nog zeer onwennig zijn geweest. Hoe goed de oudere generatie hier vaak ook te been is, je laat iemand zoveel ouder toch nooit voor je buigen en al zeker niet meermaals en/of zo diep. De afgelopen dagen leerden ons echter dat het een teken is van respect en vewelkoming, geen onderdanigheid. Subtiel, enigsinds geruststellend idee dat je dus maar beter beantwoord op dezelfde integere manier.

We worden naar onze kamer geleid. De dame vraagt of het onze eerste keer is, instemmend knikken we. “Ryo-chan, no hotel”, stelt ze plots indringend geaccentueerd met haar wijsvinger, “is experience”. Zoveel was ons in de lobby al duidelijk, onze verwachtingen groeien alsnog.

De kamer lijkt weggeplukt uit “The last samourai” of “memoires of a geisha”. Shuifdeuren, met tatami (Japanse traditionele mat) bekleede houten vloeren en de typische wanden van boter papier. De enige dingen in de kamer zijn 2 stoeltjes zonder poten, een laag tafeltje en ook een blijkbaar obligatoir, uit de jaren 60 ontsnapte, spuuglelijke westerse salon. Gelukkig kon je die makkelijk verstoppen, vermoedelijk ook niet toevallig.

Het hart van Takayama is een uit het Edo tijperk bewaarde buurt. Veel fantasie heb je hier niet nodig om vissers, smeden en samourai in en uit de kleine houten huisjes te zien wandelen. Jammer genoeg zijn deze heden ten dagen vervangen door toeristen op zoek naar souveniers. De mannen voelen het al komen; deze buurt is een Wijnegem winkel hel in een authentiek bewaarde kimono. Mezelf gelukkig prijzend dat ik hier normaal van gespaard blijf, gun ik Fanny haar shoppings spree.

Op zoek naar soepkommmen, takayama stof, inspiratie voor een rollenspel of een pitoreske foto schuimen we het zonovergoten stenen straatje af en vinden bonzai. Tot onze verbazing, en misschien ook wel een beetje teleurstelling, is dit het eerste dat we zien van deze anders toch wel typische Japanse kunst. De interesse moet overduidelijk zijn geweest, want de uitbaatster van de winkel, en vermoedelijke eigenares, komt ons lachend tegemoed en geeft aan haar te volgen. Op een met golfplaten afgezette binnenplaats staat haar trots. Zelfs met onze geringe kennis is het duidelijk, een van het 6tal is een ongelofelijk exemplaar. Evenwichtig, prachtig afgewerkt en volgens haar zo’n vlotte 700 jaar oud. Toen die nog een scheutje was, leefde deze buurt nog echt, het “pre Wijnegem era” zeg maar.

Zoals vastgelegd in de rechten van de man heeft ook dit vrouwelijk walhalla een drankvoorziening. We vinden een terrasje in de zon en besluiten een setje lokale sake te proberen. Dat is wel buiten de Amerikaanse dikke moef gerekend die zowaar al het personeel in beslag neemt en mij zo mijn welverdiend alcoholisch streekgerecht ontneemt, omdat ze hier wil reserveren om hida beef te komen eten. “I need to hear her say it’s fileeej monjo’n. Otherwise I’m going somewhere else”. Een heel schare meisjes schiet rond om mevrouw van de nodige antwoorden te kunnen voorzien. Eens een volk in mijn hart gesloten, word ik wat beschermend. Ik heb dan ook de grootste moeite haar niet op haar plaats te zetten: “Ten eerste is het “Filet Mignon”, ten tweede is hida beef waarschijnlijk het beste vlees dat gij ooit hebt gegeten, gij hamburger zwelgende cultuur barbaar. Ga naar de Mac Donalds, aan uw figuur te zien zijt ge daar wel tevreden over.” Jammer genoeg zijn Vlamingen zo niet en misschien had ik het wel moeten doen.

We gaan naar de ryokan voor het avondmaal dat wordt geserveerd op de kamer. Tientalle kleine potjes, schaaltjes en een fondue stelletje worden de kamer ingebracht. Gelukkig legt de in kimono gekleden vrouw geduldig, maar evenwel in het japans, uit hoe het allemaal moet worden gegeten. Waarschijnlijk is het het grootste culinaire avontuur uit ons leven. De meetste dingen zijn lekker, maar vrijwel allemaal onbekend. Het veiligste zijn de miso soep en de sashimi, de fluo groene glimwormen en mega escargot vragen iets meer durf, de ervaring is wel des te rijker.


Ryokans hebben gezamelijke badplaatsen soms, zoals hier, gebouwd op natuurlijke warm waterbronnen. Het is iets waar ik bij ons van gruwel, maar besluit de zogenaamde “onzen” een faire kans te geven. Enkel gehuld in een Yutaka trippelen we naar beneden. De hele procedure wordt ons stap voor stap uit de doeken gedaan. De wasbeurt bestaat uit 2 verschillende dampend hete baden. Voor, na en tussen hoor je te douchen. Badkledij en handdoeken zijn om hygiënische redenen niet toegelaten. De Japanse netheid maakt deze plaats aangenaam en compleet gerelaxt laten we ons weer wegdromen naar hoe het hier vroeger moet zijn geweest. Ik kan me het best inbeelden als surrogaat toog op het einde van de werkdag, alleen zou ik wel Asahi (lokale Ambev versie) toelaten, voor relaxerende redenen.

We worden gewekt door een stortbui zoals die alleen bestaan in Azië. In Japan duren die dan ook nog een hele dag. Vrolijk worden we daar niet van en bovendien ruilen we vandaag onze ryokan voor een iets economischer onderkomen. Of het zijn geld waard was, zeker! Of we het onmiddelijk terug zouden doen? Wel, is er volgende week plaats? Check out gebeurd bij de kleine oudere dame. Ze maakt het ons zeer duidelijk dat er ook vandaag nog (veel) plaats is als we zouden willen. Wij op onze beurt zijn niet minder duidelijk over ons budget. Na wat gepalaver beslissen we te blijven, de kamer krimpt en zonder avondeten naar bed, maar aan een 5de van de prijs. Daar schijnt de zon weer even van.


Eerst trotseren we de regen, maar noodgedwongen gaan we na het eten op zoek naar een overdekte activiteit. We vinden het “Hida Crafts Center” en besluiten te knutselen voor moederdag, moet ook nog kunnen als je 30 wordt/bent. Fanny waagt haar aan een lokale Sarubobo (Funny Monkey Baby Doll) en ik, gezien de rijke schrijnwerkers geschiedenis van Takayama en wat gering zaagsel in mijn bloed, aan het maken van houten eetstokjes. Gepersonaliseerd cadeau’tje, check!

dinsdag 15 mei 2012

Japanalicious: Nikko kermis en The Mythbusters

Ommetje Nikko

Voor Nikko zijn we letterlijk een eindje uit onze weg gegaan: Takayama, Nikko en Kyoto liggen niet bepaald in een rechte lijn zoals je kan zien, maar dat deden we met een goeie reden.



We reizen, natuurlijk per trein, van Takayama naar Utsonomiya zonder veel noemenswaardige incidenten, ja hier kan dat. Op perron 7 wacht een treintje, Harry Potter waardig: de “Nikko Herritage Railway”. Veel trager en minder luxueus dan het technologische hoogstandje “Shinkanzen” dat dit ommetje mogelijk maakte, maar compleet met goud bruine afwerking en stoomfluit. Het fantasietje wordt compleet bij aankomst in het oudste station van Japan met op de achtergrond de rode gloed van de ondergaande zon op de bergen.



Alweer feest

Mei brengt Japan dreigende regenwolken, maar dus ook volksfeesten en gezien het succes van het vorige (zie Sumo) kijken we naar deze met veel verwachting uit. 17 en 18 Mei zijn dan ook het Binkom Kermis van Nikko. Het effectieve programma is eerst moeilijk te achterhalen: geen flyers of aanwijzingen, toch zeker niet in het Engels.

Na 10 dagen brengt het eindeloos gepuzzel voor de simpelste dingen wat frustratie mee, gelukkig brengt oefening ook kunst en vakantie rust. Na wat gepalaver met onze gastvrouw en wat kansberekening, besluiten we 11 uur in de voormiddag. We komen aan midden in de voorbereidingen, wat al beter is dan een uur na de feiten (zie Gifu, nee geen link het was dan ook gedaan als we toekwamen). Een gesprek met een vriendelijke fietser en zijn vrouw leert ons dat het evenment van de dag “boogschieten te paard” is en geen “1000 warriors parade”zoals de gids aangaf en dat vanaf 13u. Ook zij kennen weinig engels, maar de paar woordjes zijn genoeg en het enthousiasme is onevenaarbaar.

Met 2 uur te doden gaan we op zoek naar ander vertier. In de rayon randanimatie voor de tempel vinden we een authentiek uitgedost meisje met dito entourage. Ze zet thee en deelt die met een ceremoniele elegantie uit aan haar bezoekers die de meeste prima ballerina’s doet verbleken tot kreupele dronken nijlpaarden. Ze blijkt een geisha leerlinge. Geisha’s of gezelschapdames worden in het westen al snel vergeleken met prostituees. Laat me je geruststellen of ontgoochelen; Een Geisha is evenveel een prostituee als uw tuinman of Belgacom aansluiter een pornomodel. Mocht u daar toevallig toch mee zijn gezegend, ik vermoed dat er in Brustem geen thee wordt uitgedeeld.

Wat spannend genoeg was voor een Mythbusters aflevering is dat zeker voor ons. Vooral lokale, maar ook minder lokale helden racen met paarden naar de tempel. Onderweg staan 3 doelen, zo’n 80 meter van elkaar. Het spel is zo simpel als de kunst complex: in volle vaart de 3 doelen raken met pijl en boog. Pittig detail: je hebt daar beide handen voor nodig waardoor je je paard met je knieëen bestuurt. We kunnen je vervelen met de historische uitleg, maar daar heb je google voor. Het volstaat te zeggen dat wat de jongens klaarspeelden je zelfs niet in een Hollywood film kan plakken, het zou simpelweg ongeloofwaardig zijn.
en hij zag dat het goed was...

Tosho-gu

Tosho-gu is een van de oudste tempels van Japan compleet met voorraadschuren, een waterhuis en zijtempels voor de “Crying dragon” en de “Sleeping cat”. “Crying dragon” bleek een foute vertaling voor “Screaming dragon”, maar achteraf gezien was dat misschien niet zo toevallig.

Sake
Ons kick ass 1300Y (zo’n 13€) combinatie ticket geeft ons recht op het tempeltje met die intrigerende naam dus besluiten we onze schoenen bij de overige 100 in het rek te schuiven. Ons bezoek begint achter het “altaar” met een vermoedelijk zeer complete en verhelderende uitleg, jammer genoeg enkel in het japans. Om te besluiten maakt de monnik een scherp geluid door 2 stokken op elkaar te slaan. De metalen kommen voor de boedha beelden achterin resoneren en maken een typisch zen geluid dat door de andere toeristen op veel aah’s en ooh’s wordt ontvangen. Het hek wordt geopend en onze kudde schuift door richting uitgang waar we, geïnspireerd door het net ervaren mirakel, van de overige monniken amuletten en belletjes kunnen kopen aan eerder religieuze dan democratische prijzen. We zijn niet onder de indruk, daar diende de les fysica dus voor, dank u mervouw Van Herck.

We besluiten verder te gaan, misschien is die “Sleeping cat” meer soeps. Een lange stenen trap brengt ons bij de “inner tempel” omringd door gigantische hardhout bomen. Je moet het ze geven: ze weten wel waar ze moeten gaan wonen. Op adem komend kijken we naar het enigsinds vertrouwde beeld tot het ons ineens duidelijk wordt: “Kunfu Panda!”. Sorry, maar een leeuw, een ooievaar én een schildpad? Aanklagen voor copyright die panda verzinners en u kan u tempel verven en borstellen zonder die pottekes kermis markt op het binnenplein. Voilà daar begint die boedha ook al van te lachen.



Bij het verlaten van de tempel lopen we pal op de voorbereiding van de samourai op het binnenplein. Morgen is dus toch de aangekondigde parade van de 1000 krijgers. Het gebeuren heeft iets, iets authentiek gezellig. In alle geval oneindig veel echter dan de tempel zelf. Bij deze dan toch weer blij.

Japanse kermis escargot variant

Dan toch reisadvies:

Of je naar Nikko moet komen? Als het niet de 17 of de 18 Mei is zouden we er niet voor uit onze weg gaan, anders nog een 2de keer ook. Mocht je gaan: kermis of niet, sla de tempel over. Er zijn er veel mooiere in Japan zonder alle commerciële miserie.